Tim & ik

Ik krijg vaak de vraag hoe het met Tim en mij als stel gaat. In het begin vond ik dat een gekke vraag. Inmiddels begrijp ik de vraag steeds beter. 

De eerste weken na het overlijden van Félice waren er mensen die tegen mij zeiden: 'maar jullie hebben elkaar in ieder geval nog'. Dat vond ik zo'n dooddoener. Alsof dat iets veranderde aan mijn verdriet om Félice. 

Tim stuurt mij wel tien keer per dag een hartje. Hij heeft oneindig veel tranen weggeveegd. Er zijn tientallen outfits van Tim vol mascara van de tranen de was in gegaan en dat maakt hem nooit uit. Hij stelt mij eindeloos gerust en weet al mijn (soms wat idiote en overdreven) gedachten te relativeren. Hij loopt naar beneden om het konijn van Félice te halen als ik die vergeten ben. Iedere avond kruip ik tegen hem aan en kan ik enigszins zorgeloos in slaap vallen. 

Wij hadden geen handboek hoe we om moesten gaan met het verlies van ons kindje. We hadden samen wel al de nodige tegenslagen gehad. Een aardbeving in Nepal en meerdere miskramen. Daar zijn we alleen maar sterker uitgekomen. Of dat nu ook zo zou gaan lopen wisten we niet. Daar waren we ook helemaal niet mee bezig. Het enige dat we snel tegen elkaar zeiden was; 'we moeten structuur in de dag krijgen'. We hebben geen één dag vol verdriet op de bank of in bed gelegen. Iedere ochtend maakten we een plan (dat was vaak een Félice projectje), trokken we onze leuke kleding aan en ging we op bezoek bij Félice. 

We zijn "gewoon" gaan leven. De rouw, het verdriet, de leegte zijn we gaan doorleven. Met elkaar en zonder elkaar. Door veel te praten met elkaar, met familie en vrienden. Door ieder op een eigen manier invulling aan de dag te gaan geven. Tim ging anderhalve week na het overlijden van Félice alweer aan het werk. Mijn ouders, broer en zussen en lieve vrienden waren in die periode veel bij mij. Ik kon moeilijk alleen zijn. Tim zijn baas gaf alle ruimte om naar huis te gaan mocht ik (of hijzelf) daar behoefte aan hebben. Alleen die gedachte bleek al genoeg want ik heb hem nooit hoeven vragen naar huis te komen.  

Ik had veel behoefte om thuis te zijn. De plek waar Félice ook was geweest, waar haar foto's staan, waar ik het gevoel heb dat ze toch een beetje bij me is en waar ik simpelweg het liefste was. Tim had daarentegen al sneller de behoefte om op pad te gaan. In het begin snapte ik dat niet goed. Straks kwam je iemand tegen die niet over Félice zou beginnen. Ik zat me al op te vreten als ik eraan dacht. Hij gaf aan dat hij wat afleiding nodig had. Félice zit altijd in zijn hart. Ook als hij even met vrienden een drankje gaat drinken. Ik liet hem daarin vrij. Hij wist dat ik liever niet alleen was. Hij zorgde er dan weer voor dat ik niet alleen was en trommelde vrienden op. Hij was altijd op tijd thuis zodat ik niet alleen naar bed hoefde en alleen en verdrietig in bed lag. We vonden dat allebei prima. We lieten elkaar vrij en vulden onze dagen steeds meer op een manier die voor ons allebei goed voelde. Veel samen. Ook af en toe apart. Nooit alleen.   

Vier weken na het overlijden van Félice ging ik weer aan het werk voor 2,5 dag per week. Het gaf me een goed gevoel om weer wat om handen te hebben en met een flexibele, lieve baas en geweldige collega's bood het ook de fijne afleiding die ik nodig had.  

Tim kon sneller dan ik zeggen dat hij het overlijden van Félice een plekje kon gaan geven. We moesten door. Dat zou Félice ook willen. Dat deed verder niets af aan zijn gemis want dat is er voor Tim ook continue. Ik riep de eerste maanden erg vaak, 'hoe kan het nou toch', 'soms snap ik niet dat het echt al gebeurd is', 'het lijkt soms aan me voorbij geflitst te zijn dat ze al gekomen en gegaan is', 'ik ben zo bang dat ik dingen van haar vergeet', 'hoe moet ik ooit gelukkig worden'. Na zo'n zinnetje volgde altijd een waterval aan tranen die Tim dan weer wegveegde. 

De spanning en stress die de leegte die Félice had achtergelaten met zich meebracht, zorgde vooral voor mij voor veel onrust. Zou mijn cyclus nog wel op gang komen? Zou ik wel opnieuw zwanger kunnen worden? Straks krijgen we nog een miskraam. Ik raakte er geobsedeerd door. Tim doet altijd zijn best mij te kalmeren en gerust te stellen dat het allemaal echt wel goed zou komen. Maar hij wuift het nooit weg. Laat mij er eindeloos over ratelen en behoudt altijd de rust. Daardoor is het nooit een issue terwijl hij vast en zeker af en toe moet denken; 'mens, houd er eens over op en doe relaxed'. 

Tim ging aftasten of hij mij vanaf december wat meer mee op pad kon krijgen. De bezoekjes aan Félice werden gecombineerd met een koffie onderweg, met een lunch of een glas wijn. Als we een boodschap gingen doen, liepen we de stad in en spraken we af met vrienden voor koffie of een borrel. In de avonden ben ik nog steeds bijna altijd thuis te vinden. Maar tegenwoordig wel veel met lieve vrienden of familie. 

Tim staat 100% achter alles wat ik doe met de stichting. Hij is trots op mij en helpt waar hij kan. Vanzelfsprekend is dat echter niet. Bij ons thuis gaat het veel over kindjes die zijn overleden en zwangerschappen die niet goed zijn verlopen. Best confronterend als je bedenkt dat dat onze grootste wens is. Maar Tim vindt het prima. Hij remt mij daarin totaal niet. Hetzelfde geldt voor de blog. Toen ik hem vroeg of er dingen waren die ik niet mocht delen gaf hij aan dat alles mocht. Als het mij maar een goed gevoel gaf. Het enige wat hij liever niet had, was dat ik foto's deelde waarop Félice was overleden. Dat doe ik dus ook niet. Voor mij is het schrijven over het leven zonder Félice een fijne manier om nu met haar bezig te zijn en een manier om een herinnering te maken voor later. Een herinnering die verdrietig is maar ook mooi. Ik ben blij dat Tim mij daar alle ruimte en vrijheid in biedt. Hij had ook kunnen zeggen dat hij het moeilijk vindt dat het er zo groots is. 

Tim en ik hebben er al bijna zes maanden zonder Félice op zitten. Zes maanden waarin we nog meer van elkaar zijn gaan houden. We erachter zijn gekomen hoe groot ons hart is want er is nog meer ruimte voor elkaar, eindeloos veel ruimte voor Félice en meer dan genoeg ruimte over voor broertjes en zusjes. We zijn erachter gekomen dat we een enorm sterk team zijn. We samen rouwen maar ook apart. Dat het belangrijk is elkaar ruimte te geven en hoopvol te blijven.