En nu verder

Had ik maar een grote glazen bol die mij kan vertellen hoe alles zal gaan lopen, dat heb ik afgelopen jaar vaak gedacht. Wist ik maar hoe het proces van rouw zou zijn, kreeg ik maar garanties. Zo werkt het leven niet. Dat je rouw moet doorleven en dat het met ups en downs gaat, is mij duidelijk geworden. Dat is niet altijd even gemakkelijk geweest. Ik ben iemand die graag alles plant en controle heeft. Die controle heb ik volledig verloren in het afgelopen jaar.


Door het verlies van Félice ben ik erachter gekomen wat echt belangrijk is in het leven. De dood is onomkeerbaar maar de liefde is dat zeker niet. Dankzij liefdevolle mensen ben ik het eerste jaar doorgekomen. Een jaar met een lach en een traan. Een jaar waarin ik intenser ben gaan leven.

Rouw heeft tijd nodig. Heel veel tijd. En dat is lastig voor iemand die ongeduldig is en altijd leeft met doelen die liever gisteren dan vandaag gerealiseerd moeten worden. Ik heb vaak gezegd dat ik een winterslaap had willen houden, de tijd had willen doorspoelen. In het begin bleef het onwerkelijk dat mijn kleine Félice al geboren, overleden en begraven was. De eerste vier weken na de begrafenis heb ik nog vaak gedacht: 'Je had nog zo veilig in mij kunnen zitten.' Het leek alsof het allemaal niet gebeurd was. Gek genoeg is dat besef dat het toch wel degelijk gebeurd is steeds sterker geworden afgelopen jaar. De onwerkelijkheid verdween naar de achtergrond. En inmiddels kan ik zeggen dat het voor ons gewoon is geworden.

Ik leef nu, en voor het eerst sinds een jaar voel ik me weer even ultiem gelukkig. Ik ben een dankbaar mens. Een gelukkig mens. Ik heb de mooiste dochters die een moeder zich kan wensen. Met Tim continu aan mijn zijde en lieve familie en vrienden in de buurt, heb ik een sterker team dan ooit om mij heen.

Het is inmiddels ruim een jaar geleden dat Félice is overleden. Haar zusje is een baby van 6 weken. Gisteren vierden wij het leven van beide meisjes op een heel bijzondere manier. We verwelkomden Iselle en stonden stil bij al het moois dat Félice ons gebracht heeft. 

Toen ik begon met schrijven twijfelde ik over de kwaliteit van mijn verhalen, mijn manier van schrijven en of ik alles wel kon delen. Al snel bleken mijn twijfels ongegrond. Niet alleen werden de verhalen honderden en al snel duizenden keren gelezen, het geïnteresseerde publiek leek breder dan ik dacht. Ik ontving reacties van opa's en oma's, vrienden van ouders, werkgevers, kraamverzorgenden en alles daartussenin. Zij herkenden zich in de verhalen en waren geholpen met richtlijnen hoe om te gaan met het verlies dat ook hen raakte.

Ik heb geen idee waarom precies, maar de twijfels bleven en dus deelde ik niet al mijn verhalen online. Soms vond ik ze te verdrietig, was ik iets te hard of was het niet het juiste moment om iets te plaatsen. Daarnaast zeiden mijn moeder en Tim vaak dat er genoeg ruimte voor vreugde in de dag moest zijn. Aan het einde van de zwangerschap van Iselle drong dat ook tot mij door. Hoe ga ik mijn aandacht goed verdelen tussen mijn dochters, de stichting en een baan?

Wij hebben dat hele zware eerste jaar erop zitten. We hebben zonder Félice alle feestdagen een eerste keer beleefd en alle seizoenen meegemaakt. We hebben alle ongemakkelijke momenten, denk ik, gehad en ondanks dat ik niet weet wat de toekomst ons zal brengen, weet ik wel dat ik het eerste jaar wil afsluiten op een bijzondere manier. Met mijn Félice-project waar ik afgelopen drie maanden druk mee ben geweest. Daarom heb ik besloten om alle, ook de niet gepubliceerde verhalen, te bundelen in een boek. 

Het boek gaat over het leven zonder Félice, het eerste jaar na haar overlijden. Het is mijn verhaal en mijn kijk op hoe het is een kindje te verliezen. Het is absoluut geen weerspiegeling van hoe het moet. Het is ook niet gebaseerd op theorieën over rouw en verlies. Ik ben mij er van bewust dat het proces van rouw niet bij iedereen zo zal verlopen. De verhalen zijn dan ook niet voor iedere ouder herkenbaar. Rouw is iets intiems, iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om. Doordat wij nu een tweede kindje mochten verwelkomen, is er voor ons ook een vreugdevolle wending in het eerste jaar. Helaas zal de realiteit voor veel ouders die hun baby verloren hebben, anders zijn.

Ook laat ik in het boek zien dat er, in elk geval voor mij, geen stijgende lijn in rouw zit. De keiharde realiteit is dat het de ene dag beter gaat dan de andere. Ik heb nooit de vreugde in het leven verloren. Ik heb het voor mezelf nooit zwaarder gemaakt. Ik ben de rouw gaan doorleven, gepaard met alle ups en downs die erbij komen kijken. Ik ben ook intenser gaan leven. Doordat ik door de diepste dalen ben gegaan, geniet ik nog meer van de mooie dingen. Het is niet erg als je leven nooit meer het cijfer tien krijgt. Bij een minder hoog cijfer zijn de terugvallen naar verdriet minder groot, maar is de vreugde des te groter.

Naarmate de tijd vordert, begint het leven zonder Félice 'gewoon' te worden terwijl ik eerder dacht dat nooit mogelijk zou zijn. Waar ik de eerste maanden bang ben geweest nooit meer gelukkig te kunnen worden, kan ik inmiddels zeggen dat ik weer gelukkig ben. Het ene verhaal biedt hoop, het andere verhaal is een keiharde confrontatie met de werkelijkheid dat de dood onomkeerbaar is. Er is ruimte voor positiviteit, voor vreugde, voor een nieuw leven, voor een lach maar ook voor een traan.

Tenslotte zullen niet alleen ouders, maar ook ouders van ouders, broers en zussen, vrienden, familie en collega's herkenning vinden in de verhalen. Ook voor hen is het fijn te weten waar ouders die hun kind verloren hebben doorheen gaan en een idee te krijgen van wat er eigenlijk van hen wordt verwacht. Waar zouden zij goed aan doen en wat moeten zij absoluut niet doen? Ik benoem het. Allemaal vanuit mijn eigen perspectief. Vaak ook hard en eerlijk.

Gisteren reikte ik de twee eerste boeken uit aan mijn moeder en Tim. Ook werden de eerste exemplaren verkocht. Met alle waardevolle mensen om ons heen, proostten wij op onze dochters. Op een liefdevolle, hoopvolle toekomst.

Die glazen bol hebben we niet. Die hoef ik ook niet meer. Ik leef nu. En wie dan leeft, wie dan zorgt.